Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iTREURSPEL, 39

fcheen Aufidius voor myne oogen, en toen verwon myne gramfchap myn mededoogen. Nu fmeek ik u, dat gy myn' armen huiswaard zyne vryheid fchenkt.

Cominius. ■ Eene edele bede! Al was hy ook de moorde. naar van myn' zoon by zou zo vry zyn als de wind. Ontflaa hem, Titus.

T. Lartius. Hoe is zyn naam, Marcius?

Coriolanus. By Jupiter, ik heb dien vergeten. Ik ben moede, myn geheugen zeifis afgemat. Hebben wy hier geen' wyn?

Cominius. Laaten wy naar onze tent gaan. Het bloed begint reeds op uw aangezicht vaft te droogen. Het is tyd, dat daarnaar gezien word. Kom met ons.

(Zy vertrekken.)

TWAALFDE TOONEKL.

Het Tooneel verbeeld de Legerplaats der Volfcers.

Tullus Aufidius, Krtgsknechten.

(Men boort Trompetten gefcbal, en Tullus Au. fiiius komt gewond op bet Tooneel-)

T. Aufidius. De Stad is veroverd.

Eerste Krygsknecht. Zy zal wel terug gegeven worden op goede voor» waarden.

T. Aufidius. Voorwaarden' Ik wenfchte wel een Romein te C 4 wet-

Sluiten