Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

TWEEDE BEDRYF. EERSTE TOONEEL; Het Tooneel is te Romen.

Menenius Agrip pa,Sicinius, Ju. nius Brutus»

M. Agrippa. ' De Wichelaar heeft my gezegd, dat wy deezen avond nieuws zouden hooren.

Brutus.

Goed of flecht?

M. Agrippa. Niet naar den wenfch van het volk, want dat bemint Caj'us Marcius niet.

S i c inius.

De natuur leert de beefteh zeiven hunnen vrienden kennen.

den kennen. * M. A g rip p a: Eilieve , zeg my eens, wien bemint de wolf ? Sicinius.

Het lam.

M. Agrippa. Ja, om het te verflinden, even gelyk bet hongerig Gemeen den edelen Marcius gaarne zou doen. Brutus.

Hy is waarlyk een lam, dat blaet gelyk een beer.

M. Agrippa. Hy is veeleer een beer, die leeft als een lam. Gy zyt twee oude mannen, antwoord my op eene vraag, die ik u zal doen.

Bei*

Sluiten