Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 [CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

indien dit zo niet was zoud gy zeer weinig uitvoer ren; uwe bekwaamheden zyn veel te kinderachtig om veel alleen te kunnen doen- Gy fpreekt van trotsheid —o, dat gy eens uwe oogen in uwen nek kond liaan, en uzelven van binnen befchouwen! o, dat gy dit kond doen!

Brutus, Wat zou het dan weezen, Mynheer ?

M. A g i r p P a.

Wel, dan zoud gy in u een paar zo verdiende looze, trotfche, driftige, en eigenzinnige Overheden, of liever zotten, ontdekken, als'er in Romen te vinden zyn.

Sicinius, Gy zyt ook genoeg bekend, Menenius.

M. AgrippaJa,men kent my als een' vrolyken Edel man, en al* iemand, die gaarne een' beker verhittenden wyn drinkt zonder een dropje verlengend Tiberwater. Men zegt, dat ik de zwakheid heb van den eerften klaager te begunftigen; dat ik by al te geringe gelegenheden te fchielyk vuur vat; dat ik meer verkeer met het einde van den nacht, dan met het begin van den ochtendftond. Ik fpreek gelyk ik denk, en ftoit myne gal door myne woorden uit. Wanneer ik twee zulke Overheden ontmoet, gelyk gy zyt, dan kan ik die geene Lycurgusfen noemen; wanneer de drank ,dien gy my infchenkt.onfmaaklyk is voor myn gehemelte, dan trek ik een vies gezicht. Ik kan niet zeggen, dat gy eene zaak wel hebt voorgedragen, wanneer ik in demeeftewoorden van Uwe Achtbaarheden het ezelachtige zie doorftraalen; en fchoon ik behoor geduld te hebben met hen, die zeggen, dat gy eerwaardige en deftige mannen zyt, liegen zy echter grouwelyk, die zeggen, dat gy zulk een gelaat hebt. Schoon gy dit nu uit de kaart van myne kleine waereld insgeiyks kunt zien, volgt dan daaruit juist, dat ik ook bekend

Sluiten