Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

45

kend genoeg ben ? En welk nadeel kunnen uwe twy • felachtige waarneemingen daarin begluuren, indien ik al eens bekend genoeg was?

Brutus.

Kom, kom, Mynheer, wy kennen u genoeg. M. Agrippa.

Gy kent noch my, noch uzelven , noch eenig ding; gy h3ak enkel naar de mutfen en beenen van het Gemeen; gy brengt een' gantfchen voormiddag door met het aanhooren van een gefchil tusfchen een appelwyf en een' kraanenlapper, en ftelt dan een geding van drie ftuivers tot den volgenden dag uit. Wanneer gy twee partyën tegen eikanderen hoort, en daardoor buikpyn krygt, dan trekt gy gezichten als poftuurmaakers , dan fteekt gy de bloedvlag uit tegen het geduld , raaft over een' waterpot, en zend de twiftende partyën weg , terwyl de zaak, door uw verhoor, nog duifterderge* worden is. Al het vergelyk, dat gy in hun gefchil maakt, is, dat gy zegt , dat ay beiden fchurken zyn. Gy zyt al een paar zeldzaame luiden. Brutus..

Kom, kom, wy weeten wel, dat gy een bekwaamer fpotvogel zyt in een gezelfchap dan een noodig medelid in den Raad.

M. Agrippa.

Onze Priefters zeiven moeten fpotvogels worden, wanneer zy zulke belachelyke voorwerpen aantreffen , als gy zyt. Wanneer gy uw gevoelen op het verftandigfte voorftelt, dan is het nog zoveel niet waerd , dat gy uwe baarden daarover fchud, en uwe baarden verdienen nog niet eens een zo eerlyk graf als het kusfen is van een' lapper, of de zadel van een' laftdraagende ezel. En evenwel durft gy zeggen, dat Marcius trotfch is; die, ten laagfte gerekend, grooter is dan allen uwen voorouders van Deucalions tyden af, offchoon, by geval, . fommigen van hen Erffcherprechters kunnen geweeft

zyn

Sluiten