Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

dat 'er in was, niet gaarne my zo hebben laaten fidiusfen. Heeft de Raad reeds berichc daarvan gekregen ?

Volumnia. Laaten wy gaan: Vriendinnen. Ja, Ja, de Raad heeft brieven van den veldheer waarin hy myn' zoon allen den roem van deezen oorlog geeft. Hy heeft in deezen kryg alle zyne voorige daaden meer dan dubbeld overtroffen.

Valeria. Op myne eer daar worden wonderen van hem verhaald.

M. A grip pa. Wonderen! Ja , daarvoor zou ik wel willen borg blyven, en niet zonder die ten duurfte ba. taald te hebben.

VlRGINIA.

De Goden geeven dat het waar zy! Volumnia.

Waar ? oho i • ■

M. Agrippa-

Waar? Ik wil 'er een' eed op doen, dat het waar is« Waar is hy gewond? — (Tegen de Geneensmamen) God behoede uwe Achtbaarheden, Marcius komt thuis, nu heeft hy nog meer rede om trotfch te zyn. — (Tegen Volumnia,) Waar is hy gewond?

Volumnia. Aan den fchouder, en aan den linkeram, Hy zal littekenen in overvloed hebben, om aan het volk te vertoonen , wanneer hy naar zyn ampt zal ftaan. By het verjaagen van Tarquinius ontfing hy zeven wonden aan zyn lichaam.

M. A g ripp a, Eene aan den hals, en eene aan de dye; dat is negen, naar my voorftaat.

Volumnia. Vóór deezen laatften togt had hy vyf-en twini 'tig wonden. M. Acaif.

Sluiten