Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

57

opontboden te hebben , blyft, a!s de voornaamfte hoofdzaak van deeze onze nadere bjëenkomft. dit nog over, dat wy de edele dienften beloonen van dengeenen, die zo dapper voor zyn Vaderland geftreden heeft. Het behaage u ten dien einde, eerwaerdige en achtbaare Vaderen aan den tegenwoordigen Burgemeefter en g'- wezenen Veldheer (everzoeken, ons eenig verihg 'e gejven van hetgeen zo dapperlyk verricht is door C.'jus Marcius Coriolanus , dien wy hier begroeren om hem te bedan. ken, en om tevens zyne verdienden te beloonen met eerbewyzingen, die zyner waerdig zynEerste Raadsheer.

Spreek , braave Cominius, Slaa niets over uit vrees van te lang te zullen zyn , en geef ons rede om te denken, dat het onzen ftaat veel eer ontbreekt aan vergelding, dan ons aan genegenheid om die uit te breiden. Btftuurders van het Volk, wy verzoeken u een gunftig oor te willen leenen, endaarna het Volk te overreeden om datgeen goed te keuren hetwelk hier zal bed ren worden.

Sicinius.

Wy zyn het over een minnelyk verdrag eens geworden, en onze harten zyn genegen om het Onderwerp van onze vergadering te vereeren en te bevorderen.

Brutus.

Hergeen wy met nog grooter vermaak zullen doen , indien hy het Volk meer in waerde wil houden dan hy tot hier »oc? gedaan heeft.

M. A g r i ppa.

Dat komt hier niet te pas. Ik wenfehte liever dat gy gezwegen had. Behaagt het u Cominius te' hooien fpreeken?

Brutus.

Zeer gaarne ; maar evenwel was myne waarschouwing hier meer gepaft dan de berifping, die %y my daar over doet.

D s M. Agrip-

Sluiten