Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 6i

M, Agrippa. Dus blyft 'er niets meer over dan dat gy eene aanfpraak aan het volk doet.

Coriolanus. Ik bid , dat ik dit gebruik mooge overflaan; want ik kan het lang kleed niet aantrekken, my ontbloo. ten, en hen fmeeken, dat zy my om myne wonden hunne (temmen geeven. Laat my , bid ik , toch deeze daad vootbygaan.

Sicinius. Het Volk moet om zyne toeftemming aangezicht worden, Mynheer, zy zullen geen ftip van hunne rechten afftaan.

M. A gripfa. Laat het zo verre niet komen. Ik bid u, fchik u naar den tyd, en aanvaard, even gelyk uwe voor. zaaten gedaan hebben, uw eerampt naar het ge. woonlyk gebruik.

Coriolanus. Het is eene rol, die my onder het uitvoeren zal doen bloozen. Men mogt dit voorrecht het Volk wel ontneemen.

Brutus, (tegen Sicinius.') Hoort gy dat wel ?

Coriolanus. Om voor hunne oogen te praaien deed ik dit, en dit. — Maar hen de gevoellooze littekenen te toonen, die ik gaarne voor hen zou willen verbergen, even als ot ik die ontfangen had om daarvoor hunne Hemmen te huuren. . . .

M. Agrippa. Wees niet hardnekkig. Wy beveelen onzen voor. ilag aan u, Beftuurders deS Volks Wy wenfchen onzen edelen Burgemeester alle eer en voorfpoed. De Raadsheeren, Wy wenfchen Coriolanus alle eer en voorfpoed. (Zy vertrekken allen , bebalven Sicinius en Brutus.)

Bru.

Sluiten