Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL; t$

leen. Ik bid u, fpreek toch minnelyk tegen hen. (M. Agrippa vertrekt, de Burgers naderen.) Coriolanus, (by zicb zeiven.) Laaten zy hunne aangezichten wafichen , en hunne tanden fchoontnaaken. Zo , daar komt reeds een paar. Gy weet, vrienden, om welke rede ik hier ftaa.

Eerste Burger. Dit weeten wy, Mynheer, zeg ons, hoe gy daar* toe gekomen zyt ?

Coriolanus. Door myne eigene verdienden.

Tweede Burger. Door uwe eigene verdienden ?

Coriolanus. Ja! niet door myn eigen verlangen.

Eerste Burger. Hoe! niet door uw eigen verlangen ?

Co riolanus.

Neen , vriend, bet is nimmer myn verlangen geweeft arme lieden met bedelen laftig te vallen. Eerste Burger. Gy moet bedenken, Mynheer, dat, alswyuieti geeven, wy daarby hoopen te winnen.

Coriolanus. Welnu zeg my dan, bid ik u , op welk een* prys ftelt gy het Burgemeefterfchap.

Eerste Burger. De prys is, vriendelyk om hetzelve te verzoen ken.

Coriolanus. Vriendelyk? Welnu, dan verzöek ik u, myne vrienden dat gy my daartoe uwe dem geeft. Ik heb wonden aan myn lichaam, die ik u, als wy alleen zyn, toonen kan. Ik verzoek om uwe Item mynegoe* de vrienden. Wat is uw antwoord ?

Beiden de Burgers. Gy zult die hebben, edele man.

E CoriO'

Sluiten