Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

69

coriolanus.

Kan ik dan nu deeze kleederen afleggen?

Sicinius. Ja, dit moogt gy doen, Mynheer.

Coriolanus. Dat zal ik dan terftond doen; en dan zal ik, zo haaft ik myzelven herken, naar het Raadhuis gaan. M. Agrippa. Ik zal u verzeilen. Wilt gy, gaan?

Brutus. Wy wachten het volk hier.

Sicinius. Vaartwel, Heeren.' (Coriolanus en M. Agnpp* vertrekken.)

AGTSTE tooneel. Sicinius, Brutus, Eenige Burgers.

Sicinius. Hy heeft het nu, en, naar het uiterlyk te zien, dunkt het my, dat hy 'er wel mede in zyn' fchik is.

B rutus"

Hy droeg zyne necirige kleederen met een trotfch hart. Willen wy nu het Volk doen fcheiden? Sicinius, (tegen de Burgers.)

Wel nu", vrienden, gy hebt dan deezen man uitgekozen l

Eerste Burger. Wy hebben hem onze ftemmen gegeven. Brutus.

Wy bidden de Goden, dat hy zich uwe genegen, heid mooge waerdig maaken.

Tweede Burger.

Dit zy zo! Maar, naar myne geringe kennis, fpotte hy met ons, toen hy om onze ftemmen ver»

zocht. ^

E j Derde

Sluiten