Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R E ü R S P E L.

73

f»y moeft doen dan met hetgeen gy wilde doen, u bewogen hebben, om hem, tegen uwen dank, tot Burgemeester te benoemen. Legt dus de fchuld op ons.

Brutus.

Ja, fpaart ons niet. Zegt, dat wy u voorgepredikt hebben; hoe jong hy reeds begonnen heeft het Vaderland te dienen, hoe lang hy daarin volhard heeft; en uit welk geflacht hygefproten is, naameJyic, uit het oud en edel huis der Marciusfen; waar uit mede afdamde de beroemde Ancus Marcius de dochterszoon van Numa Pompilius', welke (Ancmj Marcius) na den grooten Tullus Hostilius, hier Koning geweeft is; dat uit dit zelfde huis gefproten zyn Publius en Quintus, die ons het zuiverft water door waterleidingen hebben toegevoerd; en dat Cenforinus, de lieveling van het volk, die deezen edelen toenaam verkregen heeft door tweemaal tot Cenfor benoemd te zyn geweeft, ook een van zyne doorluchtige voorouderen is geweeft.

Sicinius.

En, dat wy iemand van zulk eene edeleafkomft, en die daarenboven in eigen' perfoon groote daaden gedaan heeft, aan uw aandenken aanbevolen hebben, als wel waerdig in dien hoogen ranggeplaatft te worden; maar, dat gylieden bevonden hebt.by vergelyking van zyn tegenwoordig gedrag met hec voorige, dat hy uw geflagen vyand is, en dat gy derhalven uwe overhaafte goedkeuring intrekt. B r utus.

Zegt; en blyft daarby.dat gy dit nooit zoud gedaan nebben, dan op onze aanfpooring; en gaat dan, zohaaft gy uwe fteurnen opgenomen hebt, op nieuw naar het Capitool.

Allen,

Dit zullen wy doen. De meeften hebben berouw over hunne verkiezing. (De Burgers vertrekken*) Brutus.

E s laa.

Sluiten