Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS. Coriolanus.

Hoe, en wat ?

T. Lartius. Hoe menigmaal hy eene ontmoeting met u had gehad; dat niemand op deeze aarde by hem zo gehaat was als gy; dat hy allen zyne goederen wil. de verpanden, zonder hoop van die ooit weder terug te zullen krygen, als hy den roem mogt wegdragen van u overwonnen te hebben.

Coriolanus. Is hy in Antium?

T. Lartius. Hy is in Antium, Mynheer.

Coriolanus. Ik zou wel wenfchen eene gelegenheid te kunnen vinden om hem daar op te zoeken om aan zyn' haat ten volle te kunnen voldoen. (Tegen T. Lartius.) Wees welkom hier, Mynheer. (Sicinius tn Brutus komen op bet Toaneel) Ziet eens ? Daar komen de Gemeensmannen, de tongen van den gemeenen mond! Ik veracht hen, want zy pronken zich op met een aanzien, dat voor het geduld van een edel gemoed ondraaglyk is.

Sicinius , (tegen Coriolanus.) Gaa niet verder-

Coriolanus. Hoe! wat is dat?

Brutus, (tegen Coriolauus.) Het zou gevaarlyk zyn verder te gaan. Gaa niet verder.

Coriolanus. Vanwaar komt deeze verandering?

M. Agrippa. Wat is 'er gaans ?

Cominius. Is hy niet doorgegaan by de Edelen en het Volk ? Brutus.

Neen, Cominius.

Ce.

Sluiten