Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

77

Coriolanus. Zyn het dan kinderen geweeft, die my hunne ftemmen gegeven hebben ?

Eerste Raadsheer. Maakt plaats, Gemeensmannen, hy zal naar de Markt gaan.

Brutus. Het Volk is tegen hem verbitterd.

Sicinius, (tegen Coriolanus.) . Blyf, of alles raakt in oproer.

Coriolanus. Is dat uwe kudde? Kan zulk volk zyne ftemmen geeven , en die een oogenblik daarna weder in. trekken? Wat is uw ampt ? Kunt gy, die hun mond zyt, hunne tanden niet in orde houden? Hebt gy hen niet opgeftookt?

M. Agrippa. Wees bedaard.' Wees bedaardl Coriolanus. Het is eene gefmeede zaamenrotting, en dieby hoopen toeneemt, om de willekeurige magt der Edelen te doen buigen. Verdraagt die, en leeft met degeenen, die zelvennietkunnenregeeren, en nimmer willen geregeerd zyn.

Brutus.

Noem het geene zaamenrotting. Het Volk roept, dat gy met hen gefpot hebt, en ook onlangs, toen 'er voor niets koorn aan bet volk gefchonken wierd, zyt gy te onvrede geweeft; toen hebt gy degeenen, die hen voorfpraken, fchendnaamen gegeven; gy hebt hen pluimftrykers, vleijers, en vyandenvande Édelen genoemd.

Coriolanus.

Welnu; dit hebben zy reeds te vooien geweten. Brutus.

Niet allen.

Co-

Sluiten