Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

COR T0 LANUS.

Hebt gy hen dan naderhand hiervan kennis ge« geven ?

Brutus.

Wat! zóu ik hen hiervan kennis gegeven heb. ben?

Coriolanus. Wel, gy fchynt daartoe wel in ftaat te zyn. Brutus*

Het is niet onwaarfchynlyk, dat ik dit gedaan heb, maar dan heb ik dit gedaan om te verbeteien hetgeen gy bedorven had.

Coriolanus. Ën waarvoor zou ik dan,Buigemeefter zyn? By den Hemel, laat my dan liever zo weinig verdienftelyk zyn ais gy, en maak my uw'medemakker. Sicinius.

Gy Iaat te veel blyken van datgeen, waarom het Volk tegen u verbitterd is. Indien gy tot bet ampt', waartoe gy benoemd zyt, wilt overgaan, dan moet gy den weg opzoeken, dien gy thans niet betreed i en minzaamer van aart worden; of gy moet nooit trachten zo edel te zyn als een Burgemeefter, of met hem het ampt van Gemeensman te bekleeden. M. Abbipïa,

Laaten wy toch bedaard fpreeken.

CoMini us.

Het volk is mifleid; laaten wy voortgaan. Deeze ongeftadigheid voegt niet aanRomeinen; ook heeft Coriolanus deeze onteerende hinderpaal niet verdiend , die zo valfchelyk zyne vetdienften in den weg gelegd word.

Coriolanus.

My over (de zaak van) het koorn te durven fpreeken ! Dit heb ik gezegd, en ik zal het hier herhaaien •

M. Agrippa. Nu niet! nu niet!

Eerste

Sluiten