Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

tegen den Raad ingebragt hebben, alle dingen, die nooit gebeurd zyn, konden ook geene beweegredenen zyn tot onze zo mildadige gift. Welnu, wat dan ? Hoe heefc deeze vermenigvuldigde hoop de vriendelykheid van den Raad opgenomen ? Laaten hunne daaden uitdrukken, wat waarfchynlyk hunne woorden zullen geweeft zyn;" Wy hebben „ dit gevraagd, en, omdat wy de magtigften wa„ ren, hebben zy uit waarachtige vrees ons dit ,, verzoek toegeftaan." — Dus vernederen wy on. zen Hand , en maaken, dat het graauw onze voor» zorg vrees noemt; en dit zal door den tyd de floten van de Raadhuisdeuren openbreeken, en de kraaijen daarin brengen om de arenden te verpikken. M. Agrippa. Kom, al genoeg.

Brutus. Genoeg, en meer dan genoeg.

C or i ol anus.

Neen, hoort nog meer, dat alles met eedezou kunnen beveiligd worden. Dat Goden en menfcben getuigen zyn van hetgeen, waarmede ik deeze my ne reden zal eindigen! — Deeze dubbele regeering i waarvan het eene gedeelte het ander met alle lede veracht en waarvan het andere zonder eeni. ge rede bet eerftebeleedigt; daaradeldom, eerampten, en verftand niets kunnen befluiten dan met het Ja of Neen van algemeene onkunde, moet wezentlyke noodzaaklykheden voorbygaan, en intusfchen plaats maaken voor onbeftendige onachtzaamheid; wanneer men dus aan alle oogmerken den weg affnyd, dan moet daaruit volgen, dan eindelyk niets met eenig oogmerk gedaan word. Derhal* ven bid ik u, u, die minder bevreesd dan voorzichtig wilt zyn, die meer bezorgd zyt voor het wezentlyk heil van den Staat, dan voor eenige verandering van denzelven; die een edel leven fielt boven een lang leven, en die liever deszelfs lich»

haam

Sluiten