Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Brutus,

Gy moet ons onze magt laaten behouden, of toeftaan, dat wy die verliezen. Wy verklaaren hier tegenwoordig uit den naam van het Volk, door wiens magt wy tot deszelfs voorfpraaken benoemd zyn, dat Marcius verdient oogenbliklyk te fter« ven.

Sicinius. Vat hem derhalven; voert hem naar de Tarpejifche rots, en werp hem van derzelver top ia de vernietiging.

Brutus. Vat hem, Dienaars.

Allen se Gemeenen. Geef o over, Marcius 1 geef u over/

M. Aorifpa. Hoort my! Eén woord, Gemeensmannen / Ik bid u , één woord!

Dienaars.

Stil! ftil»

M« Agri pp a. Toont, dat gy waarlyk zyt. hetgeen gy wilt fchynen te zyn, en tracht met gemaatigdheid eene zaak te herftellen, waartoe gy nu geweld wilt gebruiken.

Brutus.

Deeze flaauwe handel wyze, Mynheer, die een voorzichtig geneesmiddel fchynt, is verderflyk, wanneer eene ziekte zo hevig is. Vat hem, en brengt hem naar de rots.

Coriolanus , (zyn zwaard uittrekkende.)

Neen, ik wil hier lterven. Daar zyn fommigen onder u, die wy hebben zien ftryden. Komt hier, beproeft nu aan uzelven, hetgeen gy van my ge> zien hebt.

M. Agrippa. Weg met dat zwaard. Gy, Gemeensmannen,' verlaat ons een oogenblik.

JU»!

Sluiten