Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

en niet Romeinen, betgeen zy niet (toonen te) zyn, fchoon gejongd in het voorpoonaal van het Capitool. Vertrek , en leg uwen rechtmaatiren toorn niet op uwe tong, daar zal wel eens een andete tyd komen.

Coriolanus. In het open veld zou ik veertig van hen kunnen vet flaan.

M. Agrippa. Ik zelf zou een paar van de beften onder hen on my durven neemen, al waren het zelfs de twee Gemeensmannen.

Cominius.

Maar nu is het getal ongelyk vér boven alle re. kening, en lloutmoedïgheid word dwaasheid eeroemd, wanneer die ftand wil houden tegen een inilortend gebouw Wilt gy niet va„bier gaan éér da tuig wederkomt, dat, even als een lang oP; geflopte vloed alles verwotft, en zich aankan tegen hetgeen het gewoon was te dulden.

M. Agrippa "

Ik bid u vertrek toch! ik zal beproeven, of myn eud verftand van eenigen invloed zal zyn by hen. die maar zeer fchaars daarvan voorzien , zyn dit moet met eenige Hof bedekt worden, van welke kleur die ock zy

Cominius. Kom met my. (Coriolanus vertrekt met Cemi. mus.) 4

VIERDE TOONEEL.

Pz V o o r i o en , en een weinig laater, S r c Inius, en Brutus, mee bet Folk.

Eerste Raadsheer. Deeze man heeft zyn geheel geluk bedorven

M. Ar

Sluiten