Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

97

M. A g ripp a.

Waiinser gy flechts dit doet, gelyk uwe Moeder u zegt, dan zyn allen de harten voor u, want zy zyn zo los met hunne vergiffenisfen, wanneer men hen daarom verzoekt, als genegen om oyerbeuze» lingen te klaagen.

Volumnia.

Ik bid u, gaa heen, en iaat u gezeggen; oftchoon ik wel weet, dat gy liever uwe vyanden in een' vuurigen poel zoud vervo'gen, dan hsn ineenluftpriëel vleijer> (Cominius komt op bet Tooneel.) Daar komt Cominius.

Cominius.' Ik ben op de Markt geweeft, en gy hebt of een' fterken aanhang noodig, Mynheer, of gy moet uzelven verdeedigen door zachtzinnigheid, of door weg te blyven. Al het volk is ten hoogfte tegen u verbitterd.

M. A g bi pp a. Enkel, goede woorden.

Com inius. Ja, ik denk, dat die van nut zullen zyn, indien hy zyn' geeft daartoe buigen kan.

VOLUM nia.

Hy moet, en hy zal dit doen. (Tegen Coriolanus ) Ik bid u, zeg, dat gy het doen zult, en gaa het ten eerfte werkftellig maaken.

Cobiolanus.

Moet ik heengaan om hen myn ongefchoren hoofi te toonen ? Moet myne laage tong myn edel hart eene leugen opdringen , die het verdraagen moet? Welaan, ik zal het doen; maar, indien 'er niet meer by verloren ging dan dit enkel lichaam, des* ze uitwendige vorm van Marcius, dan zouden zy dien vry tot ftof moogen wryven, en in den wind ftrooijen. Naar de Markt 1 Gy hebt my thans eene rol opgelegd, die ik nooit goed zal kunnen affpee • len. .

G *■ Co.

Sluiten