Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Cominius. Kom, kom', wy zullen u inblaazen.

Volumnia. Ik bid u, waarde zoon, gelyk gy dikwyls gezegd hebt, dat myne loffpraaken u tot een' Krygsman gemaakt hebben , dat gy nu, om die opnieuw te verdienen, eene rol op u neemt, die gy nooit te vooren gefpeeld hebt.

Coriolanus. Welaan, ik moet het doen. — Weg, myne edele denkwyze, en laat een hoeren-aart my bezielen. Laar. myne oorlogsftem, die altoos met den trommel overeenftemde, veranderen in het piepend ge» luid van een' gefnedenen, of van een jongmeisje, dat kinderen in flaap zingt! Laaten de glimlachende trekken van bedriegers op myne wangen gegra* veerd worden, en laaten de fpiegels van myne oogen bevlekt worden met de traanen vanfchooljongens! Laat de tong van een' bedelaar zich beweegen _ tufichen myne lippen, en laaten myne geharnafte kniën, die nimmer gewoon zyn geweeft te buigen, zich buigen als de kniën van iemand, die een almoes ontfangen heeftI — Maar neen, ik kan het niet doen, — ik zou myne trouw ih haare eer te kort doen, myn hart eene alleraankleevendfte laagheid lieren.

Volumnia. Doet dan, wat gy wilt. Het isgrooterefchande voor my, dat ik u fmeek, dan het voor u is, dat gy hen fmeekt. Laat uwe moeder veeleer de gevolgen van uwe trotsheid gevoelen, dan uwegevaarlyke halftarrigbeid vreezen; want ik belach de dood met een zo ftoutmoedig hart alshetuweis. Doe, wat gy wilt, uwe ftoutmoedigheid is de myne geweeft, gy hebt die van my afgezogen', maar uwe trotsheid hebt gy van uzelven.

Coriolanus. Ik bij u, Moeder,wees te vreeden, ik zal naar

de

Sluiten