Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ioi

ze sanmaaning, wanneer wy hen die zullen geevtn.

Brutus.

Gaa heen, om dit werkftellig te maaken. (De Dief naar vertrekt.) (Tegen Sicinius) Verwek hem tot toorn; hy is gewoon de overhand te behouden, en altoos tegen te fpreeken. Wanneer men hem eenmaal driftig gemaakt heeft, dan kan hy met weder tot bedaardheid gebragt worden; dan fpreekt hy, gelyk zyn hart het hem opgeeft; en dit is het, dat, met onze hulp, kan dienen, om hem in zyn verderf te ftorten. (Coriolanus, M- Agrippa ende overige Raadsbeeren komen op bet Tooneel). Zie, daar komt hy, ■ .

M. Agrippa, (tegen Coriolanus.) Ik bid u, wees toch bedaard.

Coriolanus. Ta even als een bediende, die voor eene geringe beuzeling eene geheele lyft fcbeldwoorden duld (Tegen bet Volk ) De eerbiedwaardige Goden moe ten Romen fteeds in hunne befcherming houden en de zetels der Gerechtigheid vervullen metwaer di«e mannen; zy mosten iiefde en eenigheid onderu doen huisvesten, en onze ruime tempeien opvul, len met vertooningen van vreede, en niet onzeüraaten met oorlog.

Eerste Raadsheer. Het zy zo • het zy zo !

M. A grip pa. Een edele wenfch.

Sicinius, (tegen bet Volk.) Treed nader, mannen.

Dienaar. Hoort uwe Gemeensmannen , Geeft gehoor j weeft ftil, zeg ik.

Coriolanus. Hoort my eeift fpreeken.

G 3 Si'

Sluiten