Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iof CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Coriolanus. i Wat praat gy van dienden?

Brutus. Ik praat van dat, hetgeen ik weet.

Coriolanus.

Gy?

Coriolanus. • Is dit de belofte, die gy aan uwe moeder gedaan hebt * ö Com inius.

Bedenk, bid ik u

Coriolanus.

Ik wil niets meer bedenken. Laaten zy my ver«' oordeelen tot de verpletterende Tarpejifche dood tot eene omzwervende ballingfchap, of om levend gevild te worden, Laaten zy my op één garftekoorntje daags laaten uitteeren , dan zou ik nog haare gunft met geen enkel goed woord willen koopen, of myn' moed bedwingen voor alles, dat zy kunnen fchenken, al kon ik het ook verkrygen met goede morgen te zeggen.

Sicinius.

Gmdat hy, zoveel a s in zyn vermoogen was, van tyd tot tyd het VoIk benyd heeft, en middelen gezocht om hetzelve van zyne magtteberooven- en omdat hy nu nog onlangs vyandelyke fhgen gegeven heeft, niet alleen in de tegenwoordigheid van het heilig recht, maar zelfs aan hen, die hetzelve moeten uitfpreeken; om dat alles verbannen wy hem inden naam van het Volk, en volgens onze magt als Gemeensmannen, van dit oogenblik af aan, uit onze Stad; met bedreiging van terftond van de Tarpejifche rots te zullen geworpen worden , wanneer hy. ooit weder binnen de poorten van Romen komt Inden naam van het Volk zeg ik, datditzozynzall Allen.

Het zal zo zyn' het zal zo zyn.' Weg met hem i Hy is gebannen, en dit zal zo blyven.

Co-

Sluiten