Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ioG VIERDE BEDRYF. EERSTE TOONEEL.' Het Teoneel is voor de poert in Romen.

Coriolanus, M. Aorippa, Cominius, V irginia, Edelen.

Cor iolanus.

Komt, ftaakt uw fchreijen. Een kort vaarwel; Het veelhoofdig beeft floot my weg. Hoe, Moeder, waar is nu uw oude moed?Gy waart fteeds gewoon te zeggen dat uiterfte tegenfpoeden de befte toetsfteenen der gemoederen zyn, datgewoonlykeram» pen door gewoonlyke menfchen kunnen gedragen worden; dat als de zee ftil is alle vaartuigen gely» ke bekwaamheid in het vaaren betoonen. Dut wanneer de flagen van het noodlot het felft treffen'./ die met gelatenheid te draagen eene edele denkwy ze vereifcht. Gy waart gewoon my leden voor te fchryven, die een, hart, dat dezelve kon opvolgen , onverwinbaar moeiten maaken.

Viroini a.

o Hemel! o Hemel 1

Coriolanus.

Ik bid u, myne waardfte....

Volumnia.

Dat nu de gloeijende peft alle handwerken in Ro« men doe te niet gaan, en dat alle bezigheden ver ■ vallen 1

Cor 10 lanus. Wat! wat! wat! Ik zal bemind worden als men my mift- Kom, Moeder, herneem den moed, dia u bezielde toen gy zeide, dat indien gy de gemaa» lin van Hercules geweeft waart, gy zes van zyne daa*

Sluiten