Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

Coriolanus.

Vaarwel, gy hebt reeds hooge jaaren, en gyzyt reeds te veel verzadigd door de zwaarmoedige gerechten van den oorlog, om te gaan zwerven met iemand, die nog onverzwakt is; geleid my nachts tot buiten de poort, Komt myne geliefde echtgenoote, myne waarde moeder, en myne hooggeachte vrienden; wenfcht, dat het my wel gaa, als ik weg ben, en glimlacht dan. Komt voort, bid ik u. Zolang ik nog op de aarde ben zult gy tyding van my hooren, en nooit iets anders, dan hetgeen met myn voorig gedrag overeenkomftig is. M. Aorippa.

Dit is zulk eene edele taal als ooit eens menfchen oor kan aanhooren. Komt laaten wy niet fchreijen, indien ik flechts een zeven jaaren van deeze oude armen en beenen kon af fchudden, dan, by allen de Goden • zou ik u ftap voor ftap navolgen. Coriolanus.

Geef my uwe hand. (Zy vertrekken.)

TWEEDE TOONEEL.

Sicinius, Brutus, een Dienaar, ten weinig kater , Volumnia, Virginia, en M. Agrippa.

Sicinius , (tegen den Dienaar.) Beveel hen allen, dat zy naar huis gaan. Hy is weg, en meer begeeren wy niet. De Edelen zyn geraakt, die, gelyk wy gezien hebben, zyne party trokken.

Brutus.

Nu wy hen onze magt getoond hebben , laaten wy nu meer gedwee fchynen nadat het gedaan is, dan toen het nog te doen ftond.

Sicj.

Sluiten