Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ho CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Sicinius. Beveel hen naar huis te gaan; zeg hen, dat hun grootfte vyand weg is, en dat zy nu hunne oudo magt weder gekregen hebben.

Brutus.

Zend hen naar huis. (Volumnia, Virginia,en M. Agrippa komen op let Tooneel.) Daar komt zyne Moeder.

Sicinius. Laaten wy haar niet opwachten.

Brutus.

Waarom niet ?

Sicinius. Men zegt, dat het haar in het verftand geflagen is. Brutus.

Zy hebben ons reeds gezien ; gaa maar naar hen toe.

VO l u m nia.

o Gy komt recht van pas. De opeengehoopte wraak van allen de Goden beloone u voor uwe genegenheid •

M. Agrippa.

Zacht, zacht; wees niet zo driftig.

Volumnia. Indien myn fchreijen het niet verhinderden, dan zoud gy hooren.... Gy zult toch nog iets hooren. (Tegen Brutus.) Hoe, wilt gy heengaan? Virginia, (tegen Sicinius.) Gy moet ook blyven. Ik wenfchte wel, dat ik dit tegen myn' gemaal kon zeggen.

Sicinius. Zyt gy zo manachtig ?

Volumnia. Ja , gek; is dat fchande ? Zie my eens dien gek! Was myn vader niet een man. Hebt gy door uwe voffeftreeken hem uit Romen verbannen, die meer flagen voor zyn Vaderland heeft ontfangen dan gy woorden gefproken hebt %,

Sluiten