Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. lit

SïCINIUS.

Goede hemel

Volumnia. Meer edele Hagen, dan gy wyze woorden, en zulks ten befte van Romen. — Ik zal u iets zeg. gen. — Gaa heen. — Neen, blyf.— Ik wenfch.' te wel, dat myn zoon in Arabiën was, en uwe kudde voor hem, en dat hy zyn beproefd zwaard in de hand had.

Sicinius.

En wat dan?

Virginia. Wat dan? dan zou hy uwe nakomelingfchap uitroeijen.

Volumnia. Badaarden en alles. Die braave man"! hoeveel wonden draagt hy voor Romen ' M. Agrippa. Nu, nu, wees bedaard. >

Sicinius. Ik wenfchte wel, dat hy zo voortgevaren had voor zyn Vaderland, gelyk hy begonnen heeft, en dat hy zelf den edelen knoop, dien hy gelegd heeft, niet had ontbonden.

Brutus. Ja , dat had ik ook wel gewenfcht.

Volumnia. Gy had dat gewenfcht! — Gylieden hebt het Graauw opgeftookt; gy honden, die evenveel in ftaat zyt om beboorlyk over zyne waerdy te oor» deelen, als ik over de geheimen, die de hemel niet wil dat aan de aarde kenbaar zullen zyn.

Brutus, (tegen Sicinius,) . Ik bid u, laaten wy gaan.

'Volumnia. Ja, gaat maar heenen; gy hebt eene braave daad gedaan. Maar, éér gy gaat, hoort nog eerft deeze woorden; Zoverre als het Capitool het geringd:

huis

Sluiten