Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kif CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Coriolanus. Ik dank u, Vriend, vaarwel. (De Burger vertrekt.) o Waereld.hoe ongeftadig zyn uwe omwentelingen' Vrienden, die zich aan u met eede verbonden hebben, welker dubbel hart niet meer dan één gevoelen fchynt te koesteren, met welken men fteeds één' tyd, één bed,één' maaltyd.en ééneuitfpanning gehad heeft, zullen in den tyd van één uur, om een verfchil van één' enkelen penning.de bitterde vyanden worden. Op dezelfde wyze kunnen degrootftevyanden .welkerhevige woede,en kwaadaartige laagen om eikanderen te verftrikken hen den flaap belet, door de eene of andere omftandig. beid, door eene beuzeling, die geen ei waerdig is, greote vrienden worden, en hunne oogmerken met «lkanderen vermengen. Dus gaat het ook met my; ik heb myne geboorteplaats en myne vrienden veriaten; ik treed thans deeze vyandlyke Stad binnen; indien zy my doodflaan, doen zy zichzelven recht; ■ indien zy my aanneemen zal ik hun land ten dienft ftaan. (Hy vertrekt.)

VYFDE TOONEEL.

Het Tooneel verbeeld eene voorzaal in bet buisvaa T. Aufidius.

(Een Bediende komt op bet Tooneel; men boort Muziek van binnen-)

Eerste Bediende. Wyn, wyn, wyn.' welk eene flechte bediening ? Ik zou byna gelooven, dat al het volk in flaap gevallen is.

Tweede Bediende. Waar is Cotus ? Mynheer vraagt naar hem. (De terfie Beditnde vertrekt, en Coriolanus komt op bet Tooneel) C».

Sluiten