Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

121

gy my niet kunt laaten leeven dan tot uwe fchande, of het moeft zyn om u van dienft te weezen. ï. Aufidius. o Marcius! Marcius! elk woord, dat gygefproken hebt, heeft een' wortel van myn' ouden haat uit myn hart uitgeroeid. Indien Jupiter zelf uit gint» fche wolken my zyne goddelyke ftem deed hooren, en zeide: „ Het is waar, " dan zou ik hem niet meer geloof geeven, dan u, alleredelfte Marcius. Laat my myne armen om uw lichaam flingeren, op hetwelk ik dikwyls myne ruwe lans gebroken heb, dat de maan voor de fplinters van vrees verbleekte. Hier omvat ik het anbeeld van myn zwaard, en thans ftryd myne genegenheid zo vuuriglyk en edelmoe» diglyk met de uwe, als ooit myn moed in eerzuch. tige dapperheid met den uwen om den voorrang ge> ftreden heeft. Wees verzekerd, dat ik de maagd, die ik gehuwd heb, hartelyk beminde; en dat niemand ooit uit zuiverder liefde gezucht heeft; maar nu ik u hier zie, alleredelfte man, nu klopt myn hart van verrukking nog veel fterker dan toen ik myne nieuwgetrouwde gemaaün voor de eerfte maal myn' drempe! zag betreeden- o Gy edele Mars! ik kan u zeggen , dat wy een leger op de been heb . ben; en ik had reeds voorgenomen nog eenmaal te beproeven, of ik uw fchild van uwenfterkgefpierden arm kon afhouwen, of myn'arm daarby te verliezen. Gy hebt my twaalfmaal uit het veld gefla» ge.n, en ik heb zedert dien tyd eiken nacht gedroomd van ontmoetingen tusfchen u en my. Wy hebben in myn' flaap geduurig met eikanderen geworfteld, de helmen afgerukt, en eikanderen by de keel gevat, cn dan ben ik ontwaakt halfdood Zonder iets gedaan te hebben. Dappere Marcius, indien wy ook geene andere rede hadden om met Romen te twisten, dan alleen deeze, dat zy u gebannen hebben, dan zouden wy nog alle onze manfchap monfteren van twaalf jaaren af tot zeventig toe; en, door d«n oor.

H 5 1°S

Sluiten