Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

log tot in deszelfs ingewanden voort te zetten, het ondankbaar Romen overftroomen als een geweldige vloed. Kom, treed binnen, bid ik u, geef onze vriendelyke Raadsheeren de hand , die thans hier zyn om affcheid van my te neemen, dewyl ik ge. reed ben tot den aantogt tegen uwen Staat, offchoon niet tegen Romen zelf.

coriolanus.

o Goden.' gy maakt my gelukkig!

Aufidius.

Derhalven, zeer vermoogende man , indien gy uwe wraak zelf wilt beftuuren, neem dan de betft van myn' lail op u, en befluit, naardien gy by on» dervinding beft de fterkte en zwakheid van uw vaderland kent, welken weg gy wilt inflaan; of gy recbtftreeks aan de poorten van Romen wilt aankloppen, of hen een onvriendelyk bezoek geeven op hunne grenzen, om hen te verfchnkken, éé gy hen vernielt. Maar, kom, kom binnen; laat ikr u eerft voorfteilen aan hen, die alle uwe begeerten met Ja zullen beantwoorden, Wees, duizendmaal welkom, en grooter vriend, dan gy ooit vyand geweeft zyt; en dat, Marcius, zyt gy in een'hoogen graad geweeft. — Geef my uwe hand, en wees hartelyk welkom • (Zy gaan binnen )

ZESDE TOONEEL.

Tweede Bediende.

Eerste Bediende. Dat is al eene wonderlyke verandering.

Tweede Bediende. Op myne eer, ik had voorgenomen hem met een' kneppel te flaan, maar myn hart zeide my, dat zyne kleederen een valfch verflag vanzyn'perfoon gaven.

Eer

Sluiten