Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS;

krygen. Deeze vreede deugt ook tot niets, dan om het yzer te doen roeften, fnyders te voeden, e» liedjeszangers uit te broeijen.

Eeeste Bediende. Ja, oorlog is goed, zeg ik, dezelve overtreft den vreede, zoverre als de dag den nacht; de oorlog is levendig; wakker; men kan die hooren, en daarover fpreeken. De vreede daarentegen is eene wezentlyke beroerte, een doodflaap, die bedwelmd, doof, flaaperig,ongevoelig, en de vader van meer baftaardkinderen is , dan de oorlog ka» uitroeijen.

Tweede Bediende. Ja, dit is waar, en zo wel als de oorlog, in zeker opzicht een Schaaker kan genoemd worden, mag men den vreede een' koekoekmaaker noemen.

Eerste Bediende. En hy maakt, dat de eene menfch den anderen haat.

Derde Bedi ende. Gy hebt gelyk; om dat de een dan den ander' minder noodig heeft. Ik wil geld geeven voor den oorlog. Ik hoop nog eenmaal de Romeinen zo goedkoop te zien als de Volfcers. —■ Zy ftaan op, zy ftaan op.

Allen.

Binnen, binnen, binnen. (Zy vtrtrekksa.)

Z I-

Sluiten