Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS

beter geweeft zyn, zo hy zich naar den tyd had weeten te fchikken.

Sicinius. Hebt gy ook gehoord waar hy is ?

M. Agrippa. Neen, ik heb niets daarvan gehoord. Zyne moe. der en echtgenooten hooren ook niets van hem. (Eenige Burgers komen op bet Tooneel.')

Allen, {tegen de Gemeensmannen.) De Goden behoeden u beiden.'

Sicinius. Goeden avond, Buuren-

Brutus. Goeden avond allen, goeden avond!

Eerste Burger. Wy, onze vrouwen en kinderen hebben alle rede Om voor u beiden op onze kniën te bidden. Sicinius.

Leeft en bloeit.

Brutus.

Vaartwel, myne goede gebuuren;wy wenfehten wel, dat Coriolanus u zo bemind had gelyk wy doen. Allen. De Goden behoeden u!

Sicinius en Brutus. Vaartwel, vaartwel. (De Burgers vertrekken.)

Sicinius. Dit is tog een beter en gelukkiger tyd, dan toen deeze lieden door de ftraaten rondliepen, en oproer fchreeuwden.

Brutus.

Cajus Marcius was een dapper krygsoverfte, maar laatdunkend , geheel vermeefterd van den hoogmoed, heerfchzuchtig boven alle verbeelding, en alleen zichzelven beminnende.

Sicinius.

En begeerig om geheel alleen te regeeren, zon» der medehelpers,

M. A g r i *.

Sluiten