Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 133

,, Ik bid u, Iaat af. " Gy hebt het wel gemaakt, gy en uwe arbeiders! gy hebt fraaigeürbeid 1 Cominius. Gy hebt Romen in eene ramp geftort, zo hul. peloos als .ons nog nooit overkomen is.

Sicinius. Zeg niet, dat wy dit gedaan hebben.

M. Ag ïippa. Hebben wy het dan gedaan ? Wy beminden hem, maar wy hebben als domme beeften, en lafhartige Edelen uw talryk Gemeen ingewilligd, en die hebben hem ten Stad uit gejouwd.

Cominius Ik vrees, dat zy hem weder daarin zullen kermen. Tullus Aufidius, de tweede naam in rang onder de helden, gehoorzaamt zyne fchikltingen alsof hy zyn Onderbevelhebber was. Wanhoop is alle de ftaatkunde, magt, en verdeediging, die Romen hem kan tegenftellen.

AGTSTE TOONEEL.

De Voor'igen Eenige Burgers.

M. Aorippa. Daar komt het gedrang aan. — Worden zynog niet gevolgd van Aufidius? — Gy zyt het; gylieden, die de lucht ongezond maakt, wanneer gy Hwe ftinkende fmeerige mutfen in de hoogte werpt, en juicht over het verbannen van Coriolanus. Nu komt-hy terug, en daar is geen haair op het hoofd van eenigen Romeinfchen krygsknecht, dat geen flag van hem zal gevoelen; zoveele zotten als hun»; ne mutfen opgegooid hebben, zal hy nederwerpen, en u voor uwe ftemmen betaalen. Het is niets zo hy ons allen tot één kool te zaamenbrand, want wy hebben het dubbel verdiend.

I 3 Al*

Sluiten