Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL, *3Ï

■ Sicinius.

Noch my.

Brutus.

Kom, laaten wy naar het Capitool gaan. Ik zoa wel willen om de helft van myn goed, dat het eene leugen was.

Sicinius. Kom laaten wy gaan.

(De Gemeensmannen vertrekken.)

NEGENDE TOONEEL.

Het Totneel verbeeld de legerplaats der Volfcers, naby Romen.

Tullus Aufidius, Een OhdiksE' velhebber.

T. Aufidius. Blyft het volk nog fteeds tot den Romein over. loop en ?

Onderbevelhebber. Ik weet niet welk eene toverkracht hem bezielt; maar dit weet ik, dathybyuwe krygsknechten het gebed vóór het eeten, het gefprek over tafel,en de dankzegging na het eeten is; en datgy, Mynheer, in deezen veldtogt, door uw eigen volk verduis. terd word.

T. Aufidius. Ik kan dit nu niet keeren ; want door middelen daartegen in het werk te ftellen zou ik den voet van ons voorneemen verlammen. Hy gedraagt zich, zelfs tegen myn' perfoon, veel trotfcher, dan ït immer zou gedacht hebben, toen ik hem voor de eerftemaal omhelsde. Maar zyn aart is daarin geen wisfelkind, en wy moet erTcoegee ven , daar geene t-eïbetering kan plaats hebben. 0m

Sluiten