Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

M. Ag e i pp a. Op myne eer, ik zal hem toetfac, het moog' dan uitvallen zo als het wil. Ik zal binnen kort kennis hebben van myn' uitflag. (M. Agrippa ver trekt.)

Cominius. Hy zal hem niet hooren.

Sicinius.

Niet?

Cominius. Ik zeg u, hy zat op een' gulden' zetel, zyne oo. gen gloeiden, als of hy Romen daarmede in den brand wilde fteeken, en zyne beleediging was de cipier van zyn mededoogen. Ik viel hem te voet, ter naauwer nood zeide hy: " ftaa op; " en zond my dus met eene fpraakelooze hand van hem weg. Wat hy doen wilde liet hy my naderhand by ge> fchrift weeten; en wat hy niet doen wilde, omdal hy zich door een' eed verbonden had van naar geene voorwaarden te zullen luifteren; en dus is alle hoop vergeeffch, ten zy het zyne edele moeder en zyne gemaalin, die, naar ik gehoord heb, voorgenomen hebben hem te gaan fmeeken, ge'uks hem te beweegen, dat hy zyn vaderland vergiffenis fchenkt. Laaten wy ten dien einde vanhier gaan, en door ons ernftig verzoek haar aanfpooren om fpoed te maaken. (Zy vertrekken.)

TWEEDE TOONEEL.

Het Tooneel is in de Legerplaats der Volfcers.

M. Aorippa, Schildwachten, en daarna Coriolanus, met T. Aufidius.

Eerste Wacht. Houd ftand. Vanwaar komtgy?

Tweede

Sluiten