Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 145

gedrukt heb. En om die rede, vriend, moet ik de vryheid hebbben van door te gaan.

Eees te Wacht. Geloof my op myn woord, of fchoon gy zoveel leugens ten zyne behoeve gefproken had, als woorden ten behoeve van uzelven, zou ik u echter niet door. laaten; neen, gy zoud niet, fchoon het ook even braaf was te liegen als kuifch te leeven. Daarom gaa terug.

M. Agrippa.

Bedenk wel, vriend, dat myn naam Menenius Agrippa is, en dat ik altoos de party van uw'Veld. heer ben toegedaan geweeft.

Tweede Wacht.

Offchoon gy, gelyk gy zelf zegt, voor hem gelogen hebt, ben ik echter de geene, die in zyn' dienft de waarheid fpreekt, en u derhalven zeggen moet, dat gy niet moogt doorgaan, en daarom gaa te* rug.

M. Agrippa. Kunt gy my zeggen, of hy reeds het middag» maal gehouden heeft? Wantik wil hem niet fpreeken dan na het middagmaal.

Eerste Wacht. Gy zyt een Romein , nietwaar ?

M. Agrippa. Ik ben dat uw Veldheer is.

Etrste Wacht. Dan zoud gy, even gelyk hy, Romen haaten. Kunt gy, nadat gy uit uwe poorten den befchermer van dezelve verdreven hebt, en nadat gy, door de woedende onkunde van uw volk vervoerd, uw fchild aan uwe vyanden gegeven hebt, u nog verbeelden, dat gy zyne wraak het hoofd zult kunnen bieden met de nietsbeduidende verzuchtingen van oude vrouwen, aietdeuifgeflrektemaagdelykehanden van uwe jongedochters, of mee de beevende voorfpraak van een' afgeleefden fuffer , gelyk gy

fchynt

Sluiten