Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treurspel;

even vuurig beminnen ais uw oude Vade „ Menenius I Ach! Zoon / Zoon • Gy zyt bezig met vuur voor ons te bereiden, zie hier water om het uitte bluiTchen. Men heeft my bezwaarlyk kunnen overhaaien om naar u te gaan, maar, dewy! ikmy verzekerd hield, dat niemand 'dan ik u zou kunnen beweegen, heb ik my door den wind der zuchten van het Algemeen ten poorte uit laaten blaazen; en nu fmeek ik u, dat gy aan Romen, en uwe biddende landgenooten vergiffenis gelieft te fchenken. De Goden moeten uwe wraakzucht doen bedaaren, en derzelver droeflem doen nederzinken op deezen fchurk, op hem, die even als een blok my verhinderd heeft u te begroeten.

Coriolanus. (tegen M. Agrippa.) Vertrek.

M. Agrippa-

Wat! moet ik vertrekken ?

Coriolanus.

Vrouw, moeder, kind, ik ken niets meer. Ik heb myne dienften aan anderen opgedragen, fchoon de wraak myn eigendom is, legt echter de vergiffenis in de harten der Volfcers. De ondankbaars vergetelheid zal veel fterker met haar vergif uitwisfchen, dat wy ooit gemeenzaame vrienden geweeft zyn, dan het medelyden zal kunnen optekenen in hoeverre wy zulks geweeft zyn. —— Vertrek derbalven ; myne ooren zyn vafter gefloten voor uwe fmeekingen dan uwe poorten voor myne krygsmagt. Maar, dewyl ik u fteeds bemind heb , neem dit gefchrift mede, ik heb het ten uwen gevalle gefchreven, en zou het anders gezonden hebben. (Hy geeft hem een' brief.) Voor het overige, Menenius, wil ik u geen woord meer hooren fpreeken. — Deeze man, Aufidius, was voorheen te Romen myn vriend, maar nu ziet gy....

K T. Av-

Sluiten