Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Coriolanus.

o Moeder! Moeder! — (Hy boud baar eenzgen tyd ftilzwygende by de band.) — Wat hebt gy gedaan? Zie, de hemel opent zich, de Goden zien neder , en belachen dit onnatuurlyk fchouwfpel. Ach- Moeder- Moeder- Ach.' gy hebt eene gelukkige overwinning voor Romen verkregen; maar, wat u zoon betreft, geloof my, o geloof my, voor hem is uwe overwinning zeer gevaarlyk, zo niet misfchien doodelyk. Maar, laat dit zo zyn. Aufidius, Schoon ik geen' openbaaren oorlog kan voeren, zal ik echter een' welvoeglyken vreede bewer. ken. Zeg my eens, myn waarde Aufidius, indien gy in myne plaats waart geweeft, zoud gy eene moe, der minder gehoord hebben? Of zoud gy haar minder hebben kunnen toeftaan? zeg, Aufidius. T. Aufidius.

Ik zelf was aangedaan.

Coriolanus.

Ik duif wel zweeren, dat gy zulks waart; en waarlyk, Mynheer, het is geene beuzeling te maa ken, dat myne oogen medelyden zweeten. Maar zeg mv nu, vriend, welk een' vreede gy wilt maa. ken en wees verzekerd, dat gy in die zaak volko. men'op my kunt ftaat maaken. o Moeder I o Echt. senoote!

ö T. Aufidius.

Ik ben verblyd, dat gy uw medelyden en uwe eer in uw gemoed van eikanderen fcheid- (.jfrzyde*\ Hierdoor zal ik myn voorig fortuin herftellen. Coriolanus, (tegen de Vrouwen, die hem een wenk geeven.)

Ta zo teiftond; maar wy zullen eeritmetelkanderen drinken; en gy zult een fterker getuigenis met " terug neèmen dan bloote woorden, netweIk wvod overeengekomen voorwaarden wederzyds willen gezegsld hebben, Komt, treed met ons binden.

Sluiten