Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1SS CAJUS MARCIUS CORIOLANUS;

uwe tyding, en ontfang daarna ook myne harte* iyke dankzegging.

Bode.

Mynheer, wy allen hebben groote rede om d« edele Vrouwen grooten dank te geeven.

Sicinius.. Zyn zy reeds naby de Stad ?

Bode.

Zy ftaan op het punt van binnen te treeden.

Sicinius. t Wy zullen haar te gemoet gaan, en in de vreugdedeelen (Zyvertrekken.') (Twee Raadsheerengaan met de Vrouwen en verdere Edelen over bet Tooneel.) Eerste Raadsheer. Ziet hier onze befchermheilig, het leven va» Romen, toept alle onze wyken byëen, dankt de Goden, en ontfteekt vreugdevuuren; ftrooit bloe. men voor haare voeten ; juicht het gefchreeuw weg, dat Cajus Marcius verbande; herroept hem, en wenfcht hem welkom met zyne moeder; roept; We!, kom, edele Vrouwen.' welkom! (Zyvertrekken-) Allen.

Welkom, edele Vrouwen.' welkom! (Men boon trommelen en trompetten.)

VYFDE TOONEEL.

Het Tooneel verbeeld eene openbaare plaats te Antium.

Tullus Aufidius, Gevolg.

T. Aufidius , tegen een' van zyne dienaars. Gaa heen, en zeg aan de regeerders van de ftad f dat ik hier ben; geef hen ditgefchrift over jen ver.

zoek

Sluiten