Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1*57

AANMERKINGEN

o p

cajus marcius coriolanus, 'treurspel.

Naardien onze Dichter het onderwerp van dit ftuk uit Plutarchus heeft overgenomen, en oe Gebeurtenis, waarop hetzelve is gegrond, algemeen bekend is, zuilen wy ons niet ophouden mee daarover eenige aanmerkingen te maaken, maar, kortheidshalve, terftond overgaan tot de ophelderingen , en aanmerkingen, die de Engelfche uh>

geevers daarover gemaakt hebben.

6 Vertaaler.

Pag. 4. Reg. 10 ii.

maar zy denken, datvoy te veel kofien. Dat is: Zy denken, dat de koften van ons te onderhouden onze waardy te boven gaan.

Dr. Johnson.

Pag. 5. Reg. 6.

Gy rekent eene ondeugd in hem, enz. Door het woord ondeugd moet hier misdaad verftaan worden; want de fpreeker zelf erkent, dat het

eene ondeugd is. - „_

Dr. Warburton.

Pag. 8- Reg. ia-

Het hart de raadgeever»"

Oudtyds wierd het hart voor den zetel der voor. zichtigheid gehouden. Hier vandaan, Homo corda. tus, een voorzichtig 5man. ^ JoHNSON,

l 4 p°s'

Sluiten