Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

173

Pag. 54. Reg. 5,4,3- (van onderen.)

Laaten wy naar bet Capitool gaan, en onze oogen en oorenfcbikken gelyk bet de tydvereifcbt, maaron-' ze harten naar de uitkomft.

Dat is ."laaten wy acht geeven. wat, 'er omgaat, maar laaten wy in ons hart ftandvaftïg blyven by het voornoemen om Coriolanus te dwarsboomen.

DR. JOHNiON.

Pag. 57. Reg. 14. (van onderen.)

van onze vergadering.

Hier is zonder twyfel een misilag in de uitdrukking , welke ik aan deaffchryvers of uitgeevers zou geweten hebben, indien dezelve des Dichters onkunde in het natuurlyke te kennen gaf, doch,daar het hier enkel op zyne hiftoriekunde aankomt, geloof ik, dat de fout by hemzelven,gelegen is. Hy behoorde niet our aiïembly, onze vergadering; maar your aiTembly, uwe vergadering gezegd te hebben. Want vóór het invoeren van de Lex Attinia, (wier infteller door Sigonius , in zyn boek , de vetere Italië jure gefteld word een tydgenoot te zyn geweeft van Q. Metellus Macedonicus,) hadden da Gemeensmannen bet recht niet van in den Raad te zitten , maar zy hadden huune zitplaats by den ingang aan de buitenzyde van de zaal.

Dr. Warburton.

Pag. 59 Reg. 7 , 8. . .

O/) zyn zeftiendejaar, toen Tarqmmus met eene legermagt voor Romen kwvn.

Ik kan niet nalaaten hier eene aanmerking te maaken op deeze omftandigheid van onzen Dichter, het zy dan dat die toevallig of opzettelyk is. Men zegt, en het blykt ook waar te zyn, dat hy Plutarchus vry naauwkeurig gevolgd heeft; maar hy wykt van hem af in ééne zaak, en zulks doet by waarfchynlyk, om eene groote ongerymdheid in de tydrekening te vermyden, Shakefpeare zegt, dat

Sluiten