Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 185

Coriolanus in den mond gelegd; hetzelve behoort tot de rol van Aufidius. Want het zou ongerymd zyn te ftellen , dat de eerfte in het midden der verwarring van zoveel hevige en ftrydige driften, bedaard en welbedacht genoeg zou weezen om een zo galant compliment aan de Dames te maaken.

„ „ D». WARBUflTOïr,

Pag. 155. Reg. s, 3,4.

Allen de zwaarden van Itaüen, en allen de wapenen van deszelfs bondgenooten zouden deezen vreede niet hebben kunnen bewerken.

Hier moet men aanmerken, dat de Dichter, door zyne levendigheid vervoerd, op deeze plaats het oog heeft op de laateregrootheid van Romen,even gelyk op Pag. 148. «^-17,18. Daar hy Coriolanus doet zeggen : „ Laaten de Volfcers Romen om„ ploegen, en geheel ItaliSn eggen; " want ten tyde van Coriolanus befloeg het grondgebied van Romen flechts eenige weinige mylen rondom de Stad.

Dr. Warburtoiï.

M 5 Dit

Sluiten