Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. m

TWEEDE TOONEEL. De Voorigen, Travers.

Northumberland. Wel, Travers, welke goede tyding komt 'er metu?

Travers.

Mylord, Sir Johan Umfrevil heeft my naar ute rug gezonden met blyde tyding; en, dewyl hy een beter paard had, is hy my voorby gereden. Achter hem kwam fpoorflags een ander edelman, die geheel afgemat was door de haaft, die naaft my ftil hield om zyn bebloed paard te doen ademhaalen; hy vroeg my naar den weg naar Chefter; en ik vroeg hem naar eenig nieuws van Sbrewsbury, hy zeide my, dat het oproer ongelukkig was, en dat de Spoorhiel van den jongen Hendrik Percy koud was. Hierop vierde hy zyn fnel paard den teugel, en, zich voorover buigende, floeg hyzyne behendige hielen in de zwoegende zyden van het paard tot aan het fpooryzer; en ylde zó fchielyk weg , dat by in het rennen den weg fcheen te verflinden; zonder eenige verdere vraag af te wachten. Northumberland.

Hoa! Nog eens! —Zeide hy, dat de fpoorhiel van den jongen Hendrik Percy koud was, en het oproer ongelukkig?

Bardolïh.

Mylord, ik zeg, dat, zo de jonge Lord uw zoon deezen dag niet de overwinning behaald heeft, ik op myn woord van eer myne geheele baronie voor een zyden lint wil geeven. Spreek 'er niet meer van.

Northumberland. Maar, waarom zou dan de edelman, dit naaft N Tra.

Sluiten