Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194

HENDRIK de VIERDE.

Travers gereden heeft, dat bericht van ons verlies gegeven hebben?

Bardolph. Hoe, die ? Dat is voorzeker een fiechte knaap geweeft, die het paard geftolen bad, dat hy bereed, en die, op myne eer, maar zo ieis op goed fortuin weg, vertelde. Zie, daar komt weder nieuwe tyding.

DERDE TOONEEL.

De Voorigen, Morton.

Northumberland. Ja, het gelaat van dien man voorfpelt, even ais een titelblad, den aart van een treurig boek. Even zo vertoont zich een ftrand, waarop de zee blykbaare bewyzen van overweldiging heeft nagelaten. Zeg, Morton, komt gy van Sbrewsbury.

M o r t o n.

Ik ben fpoorflags weggerend , Mylord , van Shrewsbury, daar de dood haar allerverfchrikkelykft masker had aangedaan om ons volk te verfchrikken. Northumberland.

Hoe vaaren myn zoon en myn broeder ? Gy beeft, cn de bleekheid van uwe wangen is beter in ftaat om uwe boodfchap tc melden dan uwe tong. Juift zulk een man, zoflaauw, zo ademloos , zo verward, zo akelig, zo mistrooftig opende de bedgordynen van Priamus in de ililte van de middernacht, om hem te vernaaien, dat reeds de helft van zyne Stad Troijen was afgebrand; maar Priamus kon éér het vuur dan hy zyne tong ontdekken, en ik de dood van myn' Percy dan gy my die kunt verhaalen. Gy ' zyt van voornemen te zeggen; dus deed uw Zoon , en dus deed uw Broeder; en dus ftreed te edele

Dowglas

Sluiten