Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200 HENDRIK de VIERDE

VIERDE TOONEEL.

Het Tooneel verbeeld eene jlraat te Londen.

Sir Johan Falstaff met een' Pagie die xyn degen en fcbild droogt. '

Falstaff. Hoor eens hier knaap, groote reus! wat zegt de Doctor van myn water.

P ag ie.

Hy zegt, Mynheer, dat het water, opzichzelfge nomen, goed gezond waterwas. Maar, dat degeeii. waaraan het toebehoorde , we! meer ziekten zou kunnen hebben, dan hy zich verbeeldde. Falstaff. Lieden van allerhanden ftaat fcheppen vermaak om over my te lachen. Het brein van den kluchtig gevormden klomp aarde, van den menfeh, is niet ;n ftaat om iets uit te vin jen om iemand te doen lachen, dat ik niet heb uitgevonden, of dat opmy niet uitgevonden is. Ik ben niet alleen aartig in my zeiven . maar ben daarenboven de oorzaak', dat andere lieden ook aartig zyn. Ik kuijer hier voor u heen en weder even als eene z*ug , die alien

?nH-! Jrgpn- t0t °p éeo na doorlegen heeft. Indien de Prins u in myn' dienft gefteld heeft om •enige andere rede dan om mydes tebeterte doe» affteeken, dan begryp ik het niet langer. Gy bas taard kaboutermannetje , gy zyt meer gefchikt om in myne muts te fteeken, dan om achter my te gaam

UZrn0ë n0°a d3n nU met eenagaatfteentjeop. gefchikt geweeft; maar ik zal u ook niet in goud of zilver zetten maar in gemeene ftof, en u voor een Juweel aan uwen meefter terug zenden • Dat jongetje dat Prinsje, u Heertje | wiens kin nog niet eens gevlokt is; ik neem veeleer aan een'baard "

dm

Sluiten