Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 201

den palm van myne hand te doengroeijen, danhy 'er een' aan zyne kaaken zal hebben; en evenwel houd hy niet op van te zeggen, dat zyn aange. zicht een recht koninglyk aangezicht is. De Hemel mooge dit beflisfen zoals by wil, tot nog toe is 'er geen haair aan verbeurd , laat hy het vry voor een koninglyk aangezicht houden, want geen barbier zal 'er ooit een' fchelling aan verdienen; en evenwel kraait hy zo luid als of hy reed; een man was geweeft toen zyn Vader nog een jongeling was. Hy mag vry zyne gunft voor zichzelven houden, want ik wil hem wel verzekeren, dat hy de myne reeds voor het grootfte deel verloren heeft. —Wat heeft Meefter Dombledon gezegd over het Satyn van myn manteltje, en broek.

F a o 11.

Hy heeft gezegd, Mynheer, dat gy hem een' be» ter; borg moeft ftellen dan Bardolph; want dat hy noch zyn woord, noch het uwe wilde aannjemen 5 hy heeft geen' zin in dien borgtogt.

Falstaff.

Laat hy verdoemd zyn gelyk de Ryke Man, en laat zyne tong nog veel heeter zyn 1 Zulk een hoe» rekind van een Achitophel, zulk een fchurkachtige gepredeftineerde rekel 1 De handtafting van een' edelman te hebben, en dan nog borgtogt te vorde> rent — Die fchurfde kaalkoppen draagen thans niets anders dan hooge fchosnen, en fleutekeekfen aan hunne gordels; en wanneer iemand het aiethen eens is over een fatfoenlyk te ■ goed-houden, dan willen zy nog borgtogt hebben. Ik zou al zo lief willen, dat zy my rottenkruid in myn* mond fta. ken, dan dat ik die met borgtogt zou vullen. Ik had gedacht, dat hy iny twee-en-twintig ellen fatyn zou gezonden hebben, omdat ik een braaf Ridder ben, en hy zend by my om zekerheid ; welnu, hy kan in zekerheid ilaapen; want hy heeft den hoorn des overvloeds, en het licht van zyne vrouw fchynt N 5 '«

Sluiten