Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H I S T O R I E S P E L. »a«

ik zweer u. dat ik niet meer dan twee hemden me. de zal neemen , en dat ik niet van voorneemen ben fterk te zweeten; zo het een heete dag is, en ik iets anders aanval dan eene fles, dan wenfch ik, dat ik nooit weder wit moog' fpuwen, Geen gevaar kan den kop opfteeken, of ik word daarheen geftuurd. Ik kan dat niet altoos uithouden. — Maar het is fteeds het zwak van onze Engelfche Natie geweeft, dat, wanneer zy iets goeds uitgevonden hebben, zy zulks al te algemeen maaken. Indien men my dan al een'ouden man wil noemen dan dient men my ook ruft te geeven. Gave God dat myn naam niet zo verfchnkkelyk ware voor de vyanden als die is! Het zou beter voor my zyn, dat ik geheel opgegeten wisrd door den roeft, dan tot niet gefchuurd te worden door onophoudelyke beweeging.

LoRD-OrPERRECHTER.

Nu, gedraag u wel, gedraag, uwel, en de Hemei zegene uwe onderneeming I Falstaff.

Zou uwe Lordfchap my een duizend ponden willen leenen om mv uit te ruften?

Lord-Opperrechter.

Geen ftuiver, geen ftuiver; gy zyt te ongeduldig om kruis te draagen. Vaarwel. Beveel my aan myn' Neef Weftmoreland. (Hy vertrekt.)

Falstaff.

Als ik dat doe mag men my met een' fmidsvoor.

hamer op den neus flaan. Een menfch kan

even zo min den ouderdom en de inhaalighetd van eikanderen fcheiden, als de jeugd en de wellufttgheid- maar de jicht kwelt den eenen, en de pokken plaagen den anderen , en dus voorkomen die beide gevolgen myne verwenfchingen. Pagte!

P a g i e.

Mynheer!

Falstaff. Hoaveel geld is 'er nog in myne beurs?

O Pa«

Sluiten