Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL.

219

Waardin. Ach, Mylord, ftaa my toch by ' Ik bid u, ftaa my by!

Lord Opperrechter, Wat is dat, fir Johan * wat ftaat gy hier te kibbelen? Komt dit overeen met uw ampt, met uwen tyd, en met uwe bezigheid? Gy moeft reeds lang op reis zyn naar York. — Laat hem los; knaap; wat doet gy hem zo op het lyf te hangen? Waardin. Ach' Edele achtbaare Lord, onder het welneemen van uwe Lordfchap, ik ben eene arme weduwe van Eaftcheap, en hy is geSrrefteerd op myn aan. zoek.

Lord-Opperrechter, Voor hoeveel ?

Waardin. Het is meer dan hoeveel, Mylord; het is voor myn geheel capitaal, voor alles, dat ik heb; hy heeft my huis en hof opgegeten, hy heeft allen myne middelen van beftaan in zyn' dikken bu;k geftoken. — Maar ik wil 'er iets weder uit hebben, of ik zal hem alle nachten ryden als de nachtmerrie.

Falstaff. My dankt, dat ik beter gefchikt zou zyn om de nachtmerrie te ryden, als ik 'er maar eerft op kon komen.

Lord-Opperrechter. Hoe komt dit, Sir Johan? Foei, welk een man van eer zou dit onweder van verwytingen willen uitftaan ? Schaamt gy u niet eene arme weduw te noodzaaken zuik een' harden weg in te flaan om aan het haare te komen ?

Falstaff. ben?*1 iS dC hoofdfoin van het6een >k « fchuldig

Waar.

Sluiten