Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. aai

meer dan onbehoorlyke onbefchaamdbeid uit uw' mond komt, kan my wederhouden van een billyk onderzoek. Ik weet, dat gy het ligtverleidelykhart van deeze vrouw iaagen gelegd hebt.

Waardin.

Ta, dat is waar, Mylord, op myne eer. Lord-Opperrechter.

Eilieve , zw'yg toch ftil. (Tegen Falftaff.) Betaal haar het geld , dat gy haar fchuldig zyt , en los de fchande af, die gy haar hebt aangedaan; het een kunt gy doen met gereed geld, en het ander met gereed berouw.

Falstaff.

Mylord, ik kan deeze verwyting niet laaten voor. bygaan zonder daarop te antwoorden. Gy noemt eene edele ftoutmoedigheid eene onbehoorlyke on. befchaam iheid; wanneer iemand vieijen wil , en ftilzwygen, dan is hy een braaf man. Neen, My. lord, myn fchuldige plicht buitengefloten, ik begeer uw vleijer niet te weezen; ik zeg u rechtuit, dat ik begeer ontflagen te worden van deeze Gerechtsdienaars, dewyl ik in 's Konings dienft eene zaak te verrichten heb , die den uiterften fpoed verei fcht.

Lord.Opperrechter.

Gy fpreekt als iemand , die gerechtigd is om kwaad te doen; maar geef antwoord gelyk het aan iemand van uwen rang voegt, en voldoe deeze arme vrouw.

Falstaff, (de Waardin ter zyde roepende.)

Kom hier.

DER.

Sluiten