Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224

HENDRIK de VIERDE

derd ruiters zyn afgetrokken naar Mylord van Lan« carter, tegen Northumberland en den Aartsbiflchop. Falstaff. Komt de Koning terug uit Wales, myn edele Lord ?

Lord-Opperrechter. Ik zal u op het oogenblik brieven medegeeven. Kom, gaa met my, Mynheer Gower.

Falstaff.

Mylord

Lord-Opperrechter. Wat wilt gy? ,

Falstaff. Vriend Gower, mag ik u verzoeken om het middagmaal met my te gaan houden ?

Gower.

Ik moet met Mylord medegaan, en derhalven bedank ik u, myn goede Sir Johan.

Lord-Opperrechter.

Sir Johan , gy vertoeft hier veel te lang, daar het uwe zaak is om op het land foldaaten te gaan werven.

Falstaff. Vriend Gower, wilt gy dan deezen avond met my eeten?

Lo rd-Oppe rrechter. Welk een zotte meefter heeft u deeze manieren geleerd, Sir Johan.

Falstaff. Vriend Gower , indien die my niet welftaan, dan is het een zot geweeft, die my dezelve geleerd heeft. Dit is de rechte fraaiheid van helfchermen, Mylord, ftoot om ftoot, en zo wel af te komen. Lord - Opperrechter. Nu, de Hemel verlichte u! Gy zyt een groote gek. (Zy vertrekken.)

VIERDE

Sluiten