Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ff I S T O R I E S F E h.

VIERDE TOONEEIi. Prihs HïNDRir, Poins.

Prins Hendrik. Geloof my, ik ben bovenmaate vermoeid. P o i NS.

Is het zo ver gekomen? Ik heb altoos gedacht, dat de vermoeidheid nooit iemand van eene zo hoo? ge geboorte durfde aantallen.

Prins Hendrik. Zy heeft het echter my gedaan, offchoon dit te bekennen de gefteldbeid myner grootheid doet ver. kleuren. Schynt het geene laagheid in my te zyn , dat ik naar dun bier verlang?

Poins.

Wel een Prins behoorde niet zo flechtgeftudeerd te zyn, dat hy nog aan eene zo fiaauwe compoQ. tie kon denken.

Prins Hendrik.

Dan is waarfchynlyk myn luft ook van geeno voiftelyke afkomft, want, op myne eer, ik denk tegenwoordig aan dat onnozel ding, aan het dun bier. Maar , waarachtig, deeze vernederende bedenkingen maaken my kwaad vriend met myne grootheid. Welk eene fchande is het voor my, dat ik my uwen naam herinner ? of morgen uw aange» zicht berken? of dat ik oplet, hoeveel paaren zydsn koufen gy hebt, [te weeten deeze, en dan die, welke perzik-kleurd plegten te weezen, ] of dat Ik den inventaris van uwe hemden opmaak; teweeten één ten overvloede, en één voor het gebruik ; maar dit weet de herbergier uit de kaats» baan beter dan ik, want daar gaat eene zeer laaga ebbe van linnen Dy u, wanneer gy daar de rake» niet handelt; hetgeen gy nu in langen tyd niet gedaan hebt, om dat uwe overige Nederlanden eene P zaamee-

Sluiten