Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 233

Iaat myne onaangenaame bezigheden den vrijën loop. Neemt toch het gelaat niet aan van deeze tyden, en weeft niet laftig, gelyk zy voor Percy.

Lady Northumberland.

Ik heb het opgegeven; ik zal niets meer zeggen; doe dat gy wilt; laat uwe wysheid uwe leidfter zyn. Northumberland.

Helaas I waarde Gemaalin, myne eer is verpand, en niets dan myn optogt kan die losfen.

Lady Percy.

Ach, Vader!trek toch, in Gods naam, niet in deezen kryg. Daar is een tyd geweeft, dat gy uw woord gebroken hebt, toen gy naauwer betrekking daartoe had dan nu; toen uw eigen Percy, myn tedergeliefde Hendrik zo menigmaal zyne oogen noord, waarts wendde, om zyn' Vader met deszelfs hulp. benden te zien aankomen; maar dit heeft hy lang te vergeefs gedaan Wat heeft u toch bewogen om toen thuis te blyven? Daar was de eer van twee te vet. liezen; de uwe, en die van uw'zoon. Wat de uwe betreft, ik wenfch , dat een hemelfche glans aan dezelve luifter mooge byzetten • En, wat aangaat dé zyne; dezelve fcheen van hem af als de zon in het blaauw gewelf des hemels; en derzelver licht fpoorde de geheele Ridderfchap van Engeland aan om dap. pere daaden te doen. Hy was inderdaad de fpiegel. waarnaar de jonge edellieden zich kleedden. Daar waren geene beenen, die zynen gang niet navolgden ; en de radde fpraak, die de natuur hem als een gebrek gegeven had, wierd de fpraak der helden; want al. lën, die zacht en langzaam konden fpreeken, ver* keerden hunne begaafdheid in een misbruik om naar hem te gelyken. Zodat hy in fpraak; en gang; in leefwyze, en in aangenaame aandoeningen , in de krygswetten, en in de gefteldheid van het bloed, het doelwit, en de kyker was, het boek en de copy, waarnaar anderen zich gedroegen. En hem , dien verwonderJykan man, dat wonder der helden,hem, P 5 die

Sluiten