Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

HENDRIK de VIERDE

den oorlog, en geen menfch laat'er zich iets aan gelegen leggen , of men u zal weder zien of niet.

NEGENDE TOONEEL.

De Voorigen, Een Oppasser.

De Oppasser. Sir Johan, de Vaandrig Piftoi is beneden, en begeert u te fpreeken.

Doll Tearsheet. Hang op dien rufiemaaker, laat hem niet hier komen ( het is de fchurkachtigfte vuilbek van gantfch Engeland.

De Waardin. Indien hy een rufiemaaker is, laat hem dan niet hier komen. Neen, waarachtig niet; ik moet onder my. ne buuren leeven; ik w il geene rufiemaakers hebben. Ik ftaa, zelfs by de braaffte lieden, in een' goeden naam. Sluit de deur, hier moogen geene rufiemaakers inkomen , ik heb te lang geleefd om nu rufiemaakers in huis te hebben, fluit de deui, zeg ik u.

Falstaff.

Wilt gy my hooren. Hospita ? —

De Waardin Ik bid u, wees maar geruft, Sir Johan, geene rufiemaakers moogen hier in komen.

F a l sta ff.

Hoor my toch — het is myn vaandrig.

De Waardin. W is je wasjes, Sir Johan, maak my dat niet wys; uw Vaandrig de rufiemaaker komt niet in myn huis. Ik was onderdaags voor den Heer Commisfaris Tilick , en die zeide tegen my, — het is nog niet langer geleden dan voorleden woensdag —,, Buur,, vrouw Qmckly, " zeide hy daar de Heer Dumb

de

Sluiten